Bon…

‘Bon, we leggen alles stil en daarna neem ik alles over.’

Hij likte aan zijn vinger en pakte een papier van een stapeltje. Hij, dat is de fertiliteitsarts.
Een kwartier later stonden we buiten, de hubbie en ik. Ietwat verdwaasd, met een stapeltje voorschriften en een blad met data voor een reeks volgende afspraken in onze handen. Oh, en een steriel plastieken potje met schroefdeksel. ‘Want meneer mag ook een duit in het zakje doen’. Haha. Hmm.
Zover waren we dus. En dat we daar zouden staan, hadden we in de verste verte niet verwacht.

Even terugspoelen naar anderhalf jaar voordien.
We waren net verhuisd, hadden een ietwat zelfstandige kleuterdochter en dachten stilletjes aan na over verdere gezinsuitbreiding. Op het gemakje, zonder haast. Want dat het snel kon gaan, hadden we gemerkt toen we een eerste kindje wilden. Tussen ‘seks: jeej!’ en ‘wow:zwanger!’ zaten net geen twee maanden. Dat is dus, als ik de fora/infopagina’s/boekjes mag geloven, zeer snel.
En dus hadden we geen haast. We zouden wel zien. Of ik nu na twee maanden of tien maanden zwanger zou zijn, dat maakte niet uit. Het zou wel goed komen.

Maar toen we, na een jaar ‘proberen’, nog steeds geen resultaat hadden, maakte ik me wel wat zorgen. Zo vlot ging het dus toch niet.
Ik maakte een afspaak bij de gynaecoloog en werd daar snel (en letterlijk) terug de deur gewezen omdat ‘het toch duidelijk was dat vrouwen die na een jaar niet spontaan zwanger waren, een probleem hadden, zeker als ze de dertig gepasseerd waren.’ We werden doorverwezen naar de fertiliteitsafdeling van een nabij ziekenhuis. Daar zouden ze ons probleem wel kunnen oplossen. Ik kreeg het telefoonnummer en werd naar buiten begeleid. Als ik zwanger was, mocht ik terugkomen.

We belden naar de dokter, maakten een afspraak en rolden – als vanzelf – een medische mallemolen binnen. Ik zweer het, er is nog nooit zoveel geprikt, gepookt, gestoken en geduwd in en op mij, dan in de laatste twee jaar.
In míj, jawel.
Want, hoewel we al snel wisten dat de oorzaak van ons probleem niet bij mij, maar bij manlief zat, moesten er toch nog een aantal routineonderzoeken gedaan worden. Van bloedonderzoeken, over cyclusopvolging (met – logisch – veelvuldige interne echo’s, want baarmoederslijmvliesmetingen doe je nu eenmaal niet met de blote hand) en een eileiderdoorlaatbaarheidsmeting (don’t ask, maar ik voelde me toen dankzij al die blauwe vloeistof alsof ik meespeelde in een maandverbandreclamefilmpje).
De rest van de onderzoeken ben ik gemakkelijkheidshalve vergeten. Merci brein. Maar als er één ding is wat ik nog wél weet, is dat het allemaal niet leuk was.

En, oh ja, ik ontdekte dat er inderdaad zoiets bestaat als spiergeheugen: wanneer ik nu een gynaecologenstoel zie, gaan mijn benen al spontaan uit mekaar. Dat gaat mij nog toffe momenten opleveren. Ik heb uren doorgebracht met mijn benen in de beugels. Niet enkel voor al dat ge-onderzoek, maar ook voor de volgende stappen.  Want hoewel we wisten dat het probleem louter fysisch was (en dus niet genetisch -want ook díe testen hebben we laten doen) en dat dat met een relatief kleine ingreep bij de hubbie en enkele maanden herstel, toch nog een winnend loterijlotje (lees: kind via spontane zwangerschap) zou kunnen opleveren, was dat een optie die ons niet werd voorgelegd.

De enige opties: inseminaties om te starten en dan, mochten die niet lukken, de stap naar IVF. Of beter: ICSI. Ja, er is een verschil. Niet in de voorbereidingen, wel in de bevruchting zelf. Waar er bij IVF een lekker potje gemaakt wordt van een hoopje gewassen zaadcellen en een ontvankelijke eicel, gebeurt de eigenlijke bevruchting bij ICSI (Intracytoplasmatische sperma-injectie, trouwens) door één zaadcel handmatig in te brengen in een rijpe eicel. Niks survival of the fittest, niks natuurlijke selectie. Niks romantiek. Zuigen, spuiten en wachten.

We startten zachtjes: met eicelrijpingsbevorderende homonen. Dat werkt zo: je wordt opgevolgd vanaf dag 1 van je menstruatiecyclus. Rond de 14de dag, wanneer de eisprong nakend is, wordt er bloed geprikt. Aan de hormoonconcentraties kan worden afgelezen binnen hoeveel tijd die eisprong zal gebeuren. Binnen de 48 uur, bijvoorbeeld. Op basis van die meting wordt dan ook beslist wanneer je die medicatie moet nemen. En dan is het alle hens aan dek, want wil je kans maken op een natuurlijke bevruchting, moeten er dan ‘betrekkingen’ zijn.
Onze gesprekken veranderden. Van iets in de aard van ‘Ik heb zin in seks’ naar ‘De wekker gaat aflopen, we moeten echt nu effe…’ . Gaan met de banaan. Functioneel en clean. Lekker. Not. Maar we hadden niet veel opties.

Nog even vergeten net: die medicatie moest ik trouwens zelf inspuiten. Niet in een arm of bil, maar in mijn buik. Een plooi (dafucq, welke plooi!) vastnemen, de naald erinsteken en zachtjes injecteren. Piece of cake. De hubbie bleef ver uit de buurt wegens angst voor prikjes, naalden en bloed.

Het werkte niet. We moesten een stapje verder: inseminaties.
Als je ooit een aflevering van Dr. Pol zag op Discovery Channel, dan kan je je een redelijk goede voorstelling maken van wat zo’n inseminatie eigenlijk is. Het verschil tussen mensen en koeien is de omgeving. Het ziekenhuis is sterieler dan een stal.
Maar voor de rest identiek:

  1. Eicelrijpingbevordering + opvolging (lees: rond de eisprong elke twee/drie dagen op consultatie om met de interne echoprobe gepoked te worden en bloed af te staan, net zo lang tot de hormoonwaarden ideaal zijn en die spuit weer in je buik mag)
  2. Manlief levert op de afgesproken dag (een 24/48u na die ‘buikspuit’) een vers spermastaal af in het ziekenhuis. Meegenomen naar daar onder zijn kleren, onder de oksel, lekker warm, want dat moet op lichaamstemperatuur blijven)
  3. Sperma wordt gewassen, bekeken en geprepareerd in een stripje
  4. Een paar uur later werd ik verwacht en werd dat spermastripje ingebracht in de buurt van de eileider waar de eisprong geweest was.
  5. De drie minuten na die inseminatie zijn de langste. Je moet blijven liggen, benen in de beugels, alles open en bloot, in niets ontziend helwit ziekenhuislicht.

En dan is het wachten. Tot (het uitblijven van) de volgende menstruatie.

Vijf pogingen deden we. Vijf mislukten. De opties werden nog beperkter. Er bleef er nog maar eentje over: ICSI. Eentje die serieus belastend zou zijn, vooral voor mij, zowel lichamelijk als mentaal.
Maar we besloten om het toch te proberen. Een keer, om te zien hoe het liep. Was het te zwaar, dan zou het bij die ene keer blijven.

Dat is het moment waarop de arts ‘alles stillegde en overnam’.
Geen natuurlijke cyclus meer, geen normale eicelrijping of bevruchting in utero. Nee.

Het werd leven volgens een strikt schema. Met een berg medicatie. Ik herinner me het moment waarop ik de ziekenhuisapotheek buitenstapte met twee grote plastiek zakken vol spuiten, neussprays en hormonen-in-multidoseringsverpakkingen. In de lift naar beneden trok ik een foto, om later naar te kunnen kijken en me te kunnen herinneren wat ik allemaal moest spuiten en snuiven voor één IVF/ICSI-poging. En om te kunnen laten zien aan ongelovigen.
Ze moesten ook bijna allemaal in de ijskast bewaard worden, die medicijnen. Tussen de yoghurtjes en de groenten, een heel schap vol.

En dus te nemen volgens een vooraf opgesteld en erg strikt schema.

Dat wil zeggen: om te beginnen om de zes uur een puff cyclusonderdrukkende hormonen in elk neusgat, gedurende twee weken. Geen eicellen meer. Geen aandikkend baarmoederslijmvlies. Niks. En ‘om de zes uur’, dat is ‘om de zes uur’. Dus ook ’s nachts. We zetten er de wekker voor. Ik bleef er langer voor wakker. Er was geen speling. Ook tijdens een romantisch uitje, sleurden we de koelbox mee en zetten we de wekker.

Na die twee weken moest ik elke avond hormonen spuiten die de eicelrijping bevorderden. Niet van één eicel, zoals in een normale natuurlijke cyclus, maar er ‘werd gestreefd naar een 15-tal follikels met rijpe eicellen’. Ik werd een broedkip en zag er na die twee weken uit alsof ik vier maanden zwanger was.
De neuspuffs werden verminderd van 4x/dag naar 3x/dag.

En dan werd er opnieuw bloed genomen. Om die hormoonwaarden te controleren. Een echo om het aantal rijpe eicellen te kunnen tellen. En ’s avonds een telefoontje met het uur waarop de Pregnyl mocht gespoten worden. Ook weer in de buik, ja. Ik stond te huilen aan het aanrecht omdat ik niet de moed kon vinden om mezelf wéér eens te moeten te prikken. Man, wie insuline moet spuiten, die mag het hebben. Pfff.
Meng in de bovenstaande medicijnencocktail nog wat vaginale tabletten met oestrogeen en overgiet met foliumzuurtabletjes en een stevige dosis multivitaminen.

 

Met dat ‘spuitvenster’ werd ook de datum van de pick-up geprikt (jaha, daar heb ik moeten over nadenken!). Op een feestdag, want eisprongen houden geen rekening met plannen. Niks aan te doen.
Via een ingreep, een soort mini-operatie, worden de follikels dan – via de vaginawand (want hoe geraken ze daar anders aan?) in een proefbuisje gezogen. Een biologe controleert dan de follikels en zoekt de rijpe eicellen.
Ik had er vier. Minder dan de gehoopte 15, maar toch nog genoeg om iets mee te beginnen.

Ze werden bevrucht in het lab, via die ICSI-techniek. Ze werden warm gehouden, gevoed en verzorgd tot ze voldoende gedeeld waren om teruggeplaatst te worden.
Drie dagen na die pick-up gebeurde de embryotransfer en werd een 8-cellig embryo op een met inseminatie-vergelijkbare procedure teruggezet. En dan was het weer wachten. Op maandstonden die er hopelijk niet zou komen.

Van de vier rijpe eicellen die geoogst konden worden, was er eentje stukgesprongen tijdens de bevruchtingspoging. Drie andere konden wel bevrucht worden en van die drie waren er twee van topniveau. Toen die eerste werd terugeplaatst, werd de tweede ingevroren. Voor een volgende keer, mocht dat nodig zijn. Of voor medisch onderzoek, waarvoor we toestemming hadden gegeven.
Want, naast die hele lichamelijke en mentale belasting van medicatie-ingrepen-wachten, werden er ook een aantal beslissingen van ons verwacht. We moesten een hele berg contracten tekenen, nadenken over wat er moest gebeuren met de ‘overgebleven’ goede embryo’s, beslissen wat we zouden doen met ‘slechte’ embryo’s,… . Dingen waarmee we eigenlijk niet bezig wilde zijn, zaken waarover we echt niet hadden nagedacht. Voor elke nieuwe stap een nieuwe afspraak, een extra contract.

De eerste poging mislukte. Het werd, wat ze noemen een missed abortion.
Weer een maand verder.
De tweede terugplaatsing zou er een zijn van een ingevroren embryo. Extra spannend, want dat moest eerst de ontdooiing overleven. En daarna nog netjes verder delen.
Dat gebeurde allemaal, volgens het boekje: het cryo-embryo deed het prima en werd, op dezelfde wijze als het vorige, teruggeplaatst.
Ik liep het ziekenhuis buiten met een afspraak voor een bloedafname op zak, 14 dagen later, voor een zwangerschapstest. Met al die hormonen in je lichaam niet altijd duidelijk of je zwanger bent, ook niet voor een Predictor. Een bloedtest geeft dan weer wel die zekerheid.

De volgende 14 dagen verliepen onrustig, omdat we allebei wisten dat dit onze laatste kans was. Opnieuw zo’n hormonenparcours doorlopen, zagen we niet zitten, hoewel de hele behandeling emotioneel minder zwaar was dan ik op voorhand vreesde. De ups en downs, de midlife-achtige klachten waren er niet. Of mijn lieve hubbie heeft ze zonder veel commentaar genegeerd.
’s Avonds kreeg ik te horen dat ik zwanger was. Pril, nog instabiel, maar wel duidelijk uit de hormoonwaarden in mijn bloed. We deden een voorzichtig vreugdedansje terwijl we ons hart vasthielden voor de volgende weken en maanden.

Intussen zit er al bijna 8 maanden een klein meisje in mijn buik. Ze doet het goed, zo zagen we op de echo’s en hoorden we tijdens de onderzoeken. Meer gepook, geprik en geduw. Maar om een andere reden. Ik vind het prima.
Hopelijk blijft het allemaal goed gaan. Ergens in mijn achterhoofd klinkt er soms toch een iel stemmetje dat de vraag stelt of we het lot niet getart hebben. Of we geen natuurwetten hebben overtreden en dit geen stap te ver was. Ik hoop van niet. Mijn hartje blijft bang.

We hebben ons IVF/ICSI-traject alleen en in stilte gelopen. Slechts een handvol vrienden was op de hoogte, ook omdat we voor onze dochter soms een back-up nodig hadden. Familie wist het niet en dat was bewust. We hadden geen zin in dagelijkse telefoons of berichten, hoe goed bedoeld ook. Pas toen alles achter de rug was en de testen allemaal ok waren, mocht iedereen weten waarmee we de voorbij maanden, jaren zelfs, bezig geweest waren.
Velen schrokken omdat ze het niet wisten, niet gemerkt hadden. Ze schrokken vaak nog harder toen we de hele uitleg deden. Dat het zó lastig/erg/zwaar/moeilijk/strikt/… was, hadden ze dan niet verwacht.

Maar één keer heb ik die hele hormonenhandel moeten snuiven, slikken en opsteken. En ik vond dat echt zwaar. Maar wanneer ik mijn verhaal vertel, hoor ik van zoveel mensen dat ze hetzelfde meegemaakt hebben, zelfs meerdere keren. Op fora (tja, wat doe je op den duur op dat internet? Er zijn zoveel virtuele praatgroepen voor inseminatie/IVF/ICSI-trajectlopers) maken vrouwen banners aan waarop ze hun hele fertiliteitsparcours zetten. Soms gaat dat over jàren en jàren opeenvolgende teleurstellingen en vastklampen aan elk mogelijk zwangerschapssymptoom.
Dat we geen andere optie meer hadden dan ICSI, was volgens de fertiliteitsarts het zwaarste nieuws dat hij kon brengen (buiten volledige onvruchtbaarheid, uiteraard). Vooral voor mensen die nog geen kinderen hebben, is de diagnose heel hard.

Er zijn er zovelen, één op zeven vertelde een dokter me eens – uiteraard terwijl ik met mijn benen in de beugels lag.
En, hoewel het niet allemaal even gemakkelijk geweest is en we de communicatie (of net het ontbreken daarvan) soms betreurd hebben, zijn we uiteraard ongelooflijk blij en dankbaar dat we hier binnenkort opnieuw kunnen genieten van de onderbroken nachten.

 

 

Graag gelezen en zin in meer?
Klik op de drie streepjes op de startpagina. Mijn wereld gaat voor je open!

 

Deze tekst verscheen eerder al op de webpagina van Maison Slash: https://maisonslash.be/storyteller/darkroom-fertiliteitsbehandeling/

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s