Grijze knuistjes

Ik sta lang aan te schuiven. En rondom mij stijgt de spanning. Af en toe dendert een treintje voorbij. In de verste schreeuwen mensen. Er wordt zenuwachtig gelachen, geknipoogd, vuistjes geknepen. We zetten kleine stapjes dichterbij.

En dan is het aan mij. Ik smijt mijn rugzak naar de overkant en stap in het vierde karretje. De voorgevormde zit voelt prettig. Stevig. Veilig.

‘Enjoy the ride’, zegt de opzichter. Of hoe noem je een achttienjarige die toekijkt op een pretparkattractie? Hij klikt me vast. Ik knik. Routineus gaat hij alle karretjes af en steekt zijn duim op na het laatste.

Zijn collega drukt op de knop. Het bakje schiet met een schok vooruit en iedereen lacht, geschrokken. We vertrekken, steil omhoog, voor de rit van ons leven. Dat staat er toch op het bordje aan de ingang. En belofte maakt schuld.

Hoe hoger we gaan, hoe banger ik word. Ik wil eruit. Eraf. Ik zweet, mijn handen grijpen klam de beschermbeitel vast, maar die blijft stevig omlaag. Ik slik. Knijp mijn ogen dicht. Probeer me voor te stellen dat ik ergens anders ben. Op het strand, in de branding, waar het op- en afkomen van de zee voor afleiding zorgt. Mijn hoofd bonst. Mijn keel doet pijn. Tranen verzamelen zich in mijn dichtgenepen ogen. IK WIL ERAF. Weg. Eruit.

Te laat. Na een korte aarzeling duikt het treintje de diepte in. Ik schreeuw. Iedereen schreeuwt. Maar ik kan er niet af.

Ik lig ik bad en blader door het nieuws van vorige week. Op de achtergrond speelt de radio. De Afrekening. ’t Zijn de laatste nummers en de spanning in de radiostudio stijgt: wie staat er straks op de eerste plaats?

Mijn tijdschrift wordt klam. Van het warme badwater en mijn vochtige handen. De verf geeft een beetje af, ik moet mijn handen straks wassen.

Verkiezingsnieuws, op de radio in mijn boekske. Morgen is het zover. Er wordt vandaag nerveus gegiecheld, geschreeuwd misschien ook, op de partijbureaus. Vuistjes blauw geknepen. Of rood, of groen, zo je wil.

En dan draai ik het blad om. Ik knijp mijn ogen dicht, maar het is te laat. Tranen in mijn ogen. Het beeld zet zich vast in mijn hoofd.

Een mama streelt het hand van haar dode baby. ‘Meeste slachtoffers sinds…’, stond erboven. Het handje is vuil, bijna grijs en contrasteert hard met de rozige hand van de moeder. Het vuistje voor altijd dichtgenepen.

Ik slik. Knijp mijn ogen nog meer dicht, voor zover dat kan. Probeer me de aan- en afrollende golven van de branding voor te stellen. Ik wil hier weg.

Ik wil eraf. Maar ook uit deze greep geraak ik niet weg . De zitjes voelen veilig en houden je goed vast. Mijn karretje bolt vanzelf verder. Stijl omhoog, diep naar beneden.

We rijden mee. Op een rij, stevig vastgemaakt in de karretjes die ons op onze plaats houden. Met stevig dichtgenepen vuisten, want we zijn bang om eruit te vallen. Om achtergelaten worden. Maar terwijl onze trein aan een gestoord tempo verder rijdt, zien we niet welk spoor we diep in de grond rijden, achter ons. Naast ons. En rijden we met dichtgeknepen ogen voorbij mama’s die voor de laatste keer lieve grijze knuistjes aaien.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s