Vinde gij mijn gat niet te dik in deze…

BÀM.
Twee voeten op de grond. Keihard. Mijn mond semi-onopvallend dichtgeknepen tot een strak streepje. En mijn adem stokte even in m’n droge keel. Een licht waas voor m’n ogen. Plakkerige handen.

We stonden in een kledingwinkel. Zo’n slecht verlichte die eigenlijk vooral hippe -20-jarigen wil aantrekken. Flashy kleurtjes. Croppe topjes. Veel rafels en gaten voor je geld. En coole shorts. Ook voor +35-jarigen, ja. Vond ik toch. En ik had er net eentje nodig, een short. Want zomer. Want nog steeds postpartum-onstrak. Whatever. Curvy, noemen ze dat in zo’n winkel. En ze vinden dat top. Ze hebben er alleen niks voor. Op een occasionele short na, dus.
We, dat zijn trouwens onze oudste en ik. De blonde Rapunzel waarover ik al vaker schreef. Mijn meisje. Lief. Zacht. Gevoelig.

’t Was zéér nodig, dat winkelen.
Want ik had geen kleren meer. Echt niet.
Ja, er hangt inderdaad vanalles in mijn kast. Maar dat dateert allemaal van de pre-conceptietijd. Of flubbert aan de buik, want aangehad tijdens de zwangerschap. Niks draagbaars, dus.

En zo’n shortje kan toch altijd. In de tuin. In de supermarkt. Bij de bakker. Kei casual. Trashy. Of wat preppy. Ideaal dus.

Omdat ik weet dat winkelketens zoals deze hun kleding maken op paspoppen met een tailleomtrek die in de buurt komt van die van pakweg een kat (een ruime 30 centimeter, gok ik), greep ik al onmiddellijk naar de onderste van de stapel.
De L.
Bekeek het shortje. Plooide het open. Mooie kleur. ’t zag er prima uit.
Een L, dat moest wel lukken.

Een maat, da’s trouwens maar een getal. Of een letter. ‘k Zit er niet zo mee. Enfin. Tot ik volgende de reactie van onze zesjarige Trudy/Susannah kreeg.

‘Maar mama…uw poep is véél dikker. Die kan daar nóóit in.’ B.A.M…

Well. All right!
Merci, kleintje.
Wat leuk dat je dat 1. opmerkt en 2. luidop meedeelt.
Waas dus. Plakkerige handen dus.
Mijn gevoelige Rapunzel. Lief. Zacht. En forking eerlijk.
Mjah. ’t Zal wel eens van pas komen, die eerlijkheid. Zeker.

Ik kocht ‘m nochtans tóch. De short.
Zonder ‘m te passen. Daarvoor ben ik dan te koppig. En te ijdel.
Hij zou wel passen.
Hij MOET wel passen.
Hij ZAL passen.
Verdekke.
Mijn poep gààt daar in.
Nah.

De volgende morgen kwam ik dan ook- mét short en triomfantelijke blik – de trap afgedarteld. Alsof de jeugdigheid van de winkel ook gewoon wordt doorgegeven via hun kledingstukken.
Met een felgekleurd topje erbij. Gouden sandaaltjes. Ik voelde me begot 20 jaar jonger.

‘Zie je wel. Mijn poep past er wél in!’, riep ik al vanop de trap naar de dochter.
Ze kreeg het, met een knipoog weliswaar, in haar schoot gegooid. Keek bedenkelijk. Haalde haar schouders op en mompelde ‘boeien’ terwijl ze haar potje cornflakes verder naar binnen lepelde.
Mijn enthousiasme werd duidelijk niet gedeeld.

En terwijl ik mijn koffie dronk, bedacht ik dat ik toch liever dat ene blauwe bloesje wilde aan doen. Dat valt wat langer. Zit wat losser.

Dan kan ik de knoop van dat shortje open laten staan.
Want mijn poep past er dan wel in, de rest wil nog niet helemaal mee…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s