Over “vrijheid”

Zijn wij vrij?

Zo begin ik een van mijn favoriete lessen. Eentje voor alle leraren in spé. Verplichte kost voor hen, maar dat wil niet zeggen dat we het niet leuk kunnen maken samen. Enfin. Dat probeer ik dan toch maar.

Zijn we vrij?
We kunnen gaan en staan waar we willen. Mogen zeggen wat we willen. Dragen wat we willen. Toch? Ze knikken allemaal van ja. Natuurlijk.
Allez, ja. Nee. Niet helemaal.
Doen wat we willen, dat is maar in beperkte mate. Zolang we iemand anders niet pijn doen. Of iemand anders’ vrijheid niet afnemen.
En zeggen wat we willen. Mjah. Ook niet helemaal. We praten er telkens lang over. Om tot de conlusie te komen dat we toch niet volledig kunnen en mogen zeggen wat we willen. Dat er duidelijke grenzen zijn.
Dragen wat we willen dan?
Misschien dan wel. Of is dat ook niet waar?

Wie beslist er welke kleren we aan doen? De school. Het bedrijf. De situatie. Je ouders. Of gewoon de winkels? Trendwatchers en couturiers. Die beslist hebben wat de trends en modekleuren zullen zijn. En die dan doorsijpelden naar de H&M’s en Zara’s.
We zijn vrij om de kleren te kiezen die we mooi vinden. Maar er werd voor ons beslist wat er in de winkels terecht komt.
Herinner je de ‘uiltjes-trend’, nu zo’n drie jaar geleden. Overal zag je ze: uiltjesprints op broeken, truien met een gebreide uil erop, uilendekentjes en uiltjes-oorbellen. Ze waren overàl. Voorspeld door mensen als Lidewij Edelkoort . En daar wordt naar opgekeken, naar zo’n voorspellers. Mode-ontwerpers verweefden die uilen in hun ontwerpen. Zelfs brillen kregen de uilenlook (denk: grote glazen, à la uilskuikens).
Het is niet zomaar een afbeeldinkje dat gehyped werd, het ging dieper.
We willen verandering, we willen door deze donkere tijden kunnen kijken. Zijn op zoek naar wijsheid en vernieuwing. Dat zat daarachter.

De trends voor 2017 zijn eruit voortgevloeid. Of toch een beetje. De lightboxes staan in zowat elk huis. Aan de kant, want hun plek werd ingenomen door de zwarte letterborden. De glazen stolpen en kastjes, je weet wel, met die goudkleurige randjes, staan ernaast. We willen onszelf zo graag kunnen uitdrukken. Tonen wie we zijn. Maar doen dat met de middelen die voor de massa geproduceerd zijn en die we met z’n allen in huis halen. Zelfs de trend van de korte keten, het biologisch geteelde voedsel uit de buurt: niet uniek. Vanuit een gedeeld ethisch besef en drang naar puurheid en echtheid. Zo zijn er veel mensen.  Zo uniek zijn we echt niet. Zo vrij ook niet.

Ook niet in ons denken.
No worries. Ik hou hier geen filosofisch betoog. Enkel een (heel kort) sociologisch.
Vooraleer we zelf in staat waren (weloverdachte?) keuzes te maken, werden beslissingen voor ons genomen.
Je naam werd gekozen. Je gender bepaald. De kleding die je droeg toen je klein (of al iets groter) was. De taal die je spreekt, of dat nu dialect of iets verkavelings-Vlaams-achtigs is. Ze bepaalt de manier waarop jij de wereld ervaart en deelt met anderen.
Het eten dat je lust, of net niet graag eet. De manier waarop je eet. Wat beleefd is. Hoe de dingen in mekaar zitten.
Allemaal zaken die op je lege harde schijf werden geprint. Je eerste softwarepakket, als het ware. Primaire socialisatie, zoals dat in de sociologie genoemd wordt. Waarbij ouders, broers, zussen, grootouders en andere naasten je de basis bijbrengen. Zo werkt het hier. Zo doen wij het hier.  ’t Is wat we als vanzelfsprekend ervaren.
’t Is erin geslopen, soms bewust, vaker onbewust (en impliciet). Maar het bepaalt je denken en doen. Wie je bent. Je visie op de wereld en op jezelf. Je ethisch besef. Alles heeft z’n kiem daar.

En natuurlijk wordt later een en ander verder uitgezuiverd. Verdwijnt er toch wat en komt er vooral een hele hoop bij. Doorgegeven en aangeleerd door leerkrachten. Vrienden. De jeugdbeweging. In hobbyclubs en op de werkvloer. Aanvullingen. Bijschavingen.
We leren dat er grenzen zijn. Dat niet alles zomaar kan en mag.
Waar die grenzen liggen, daarop kan de visie verschillen. Maar dat ze er zijn, daarvan zij we ons bewust. Zo vrij zijn we dan toch niet.

Er worden afspraken gemaakt. Door iets waar we midden inzitten en dat toch ons toch overkoepelt: de samenleving.  Onze cultuur. Afspraken die ervoor zorgen dat, ondanks alle verschillende visies, softwarepakketten en grenzen, mensen op een min of meer georganiseerde en fijne manier kunnen samenleven. ’t Zijn wetten. Geschreven of ongeschreven.

Geschreven wetten zijn – over het algemeen – duidelijk. Goh, ja, ik weet het. ‘Over het algemeen’ en ‘ze zouden duidelijk moeten zijn’. Het blijkt maar al te vaak dat ook die geschreven wetten voor interpretatie vatbaar zijn en afwijkingen mogelijk. Laat het even los. Ik hou het simpel: Voor een rood licht moet je stoppen. Een geschreven wet. Volg je die niet, kan je bestraft worden. Met een geldboete bijvoorbeeld. Als je de pech hebt net voor een politiecombi door dat rode licht te rijden. Of wanneer je de flitscamera niet opmerkte. Enfin. Geschreven wet overtreden, leidt (in het slechtste geval) tot sanctie. Die dan ook weer beschreven staat.
Zo’n dingen zorgen ervoor dat het verkeer vlot(ter) verloopt. Dat samenleven makkelijker gaat. Stel je voor dat er geen verkeerslichten zouden zijn. Of dat er geen afspraak gemakt werd om te stoppen bij rood en te rijden bij groen. Oranje is een schemerzone. ’t Zou chaos geven. Zo vlot zou het allemaal niet meer lopen.
Dat zo’n geschreven wetten ook kunnen veranderen, of op z’n minst in vraag gesteld kunnen worden, bleek enkele jaren geleden nog eens. Fietsers die naar rechts willen afslaan, moeten in principe geen rekening houden met dat rode licht. Door rechts af te slaan, hinderen ze immers niemand en brengen ze zichzelf ook niet in gevaar. In sommige gevallen mag het intussen.

’t Is logisch. Dat er regels zoals deze moeten zijn. ’t Zou allemaal een rommeltje worden.
Onze vrijheid is niet absoluut. Mocht iemand dat toch nog denken. Ze wordt begrensd. Maar voor ons eigen goed. Voor het groter goed. Voor de samenleving en de orde daarin. Dat snappen ze, de studenten. We begrijpen het. Wisten we allemaal ook al. Duh.

Maar dan volgt het tofste deel van de les. Mét opdracht. Eerst gezucht. Na de uitleg en gesprekken vaak meer enthousiasme. Soms zelfs blinkende oogjes. Soms ook wat zenuwachtig geschuifel.
Want het zijn niet enkel geschreven wetten en regels die onze vrijheid inperken. Het zijn ook de ongeschreven afspraken. Dingen die we als vanzelfsprekend ervaren, die we doen en waarover we eigenlijk niet nadenken, die we niet in vraag stellen. Regels die cultureel bepaald zijn. En waaraan we ons houden. Meestal. Omdat het zo hoort.

Maar het wordt pas leuk wanneer je je er niet aan houdt. Wanneer je die regels doorbreekt. Liefst zonder jezelf in de problemen te brengen. Want hoewel de sancties erop, net zoals de afspraken zelf, meestal niet neergeschreven werden (en de sancties in de meeste gevallen ook niet zo zwaar zijn als bij geschreven wetten…hoewel…), kan je er wel degelijk voor afgestraft worden.
Een paar voorbeelden.

Er is de ‘afspraak’ dat je, binnen je school of bedrijf, iemand begroet wanneer je hem/haar voorbijloopt. Je knikt. Mompelt ‘goedemorgen’. Of doet zo’n smalltalk-babbeltje. Afhankelijk van de cultuur in de school of organisatie.
Stel dat het de gewoonte is om ‘goedemorgen’ te zeggen en je doet dat niet. Je zeg niks terug. Niet echt beleefd. Niet de afspraak. Sanctie: een vieze (of vragende) blik. Geen zware straf. Hopelijk.

Zo’n dingen. Cultuur-, bedrijfs- en schoolafhankelijk.
Voorbeelden als: in de tram sta je recht voor een oude man, je eet met je mond dicht, je laat een oudere persoon voor gaan door de deur, je antwoordt ‘goed’ wanneer iemand je vraagt hoe het is, het praatje over het weer, wanneer je bij de bakker staat,… Je kent er vast nog wel andere. Studenten vinden, wanneer ze erover beginnen nadenken, nog tientalle voorbeelden.

We denken er niet over na. We doen het gewoon zo. Omdat we het zo geleerd hebben. omdat het nu eenmaal, bij ons, zo is.
En dan komt het prettige stuk.
Wat als we ons daar nu eens een keertje niet aan houden. Wat als we een stukje van onze vrijheid opnieuw opeisen. Weliswaar zonder die van een ander in te perken.
Wat als we de regels doorbreken. Breaching heet dat dan. Eens niet doen wat er eigenlijk verwacht wordt. Eens té dicht tegen iemand gaan staan aan de kassa. Naast iemand gaan zitten in een – voor de rest lege – bus. Of op een bank, tegen iemand aan. Voorsteken. Luid spreken waar je verondersteld wordt stil te zijn. Zomaar beginnen praten tegen iemand die je niet kent. Muziek luisteren op je GSM, zonder koptelefoon – liefst in een volle tram. Instappen wanneer nog niet iedereen uitgestapt is, wanneer je de trein neemt.
Mogelijkeden zàt.

De opdracht voor studenten: breach eens een keer. Volg niet hersenloos de regels. Bedenk welke afspraak er geldt en hoe je die kan doorbreken. Doe eens zot. Wandel naast het paadje. Rebelleer.
Maar observeer tegelijkertijd: hoe voelde je je tijdens het ‘experiment’? Hoe reageerden de omstaanders? Had je de kans het uit te leggen? Hoe was de reactie dan?
Het is wel degelijk een zinvolle opdracht. Niet enkel het aanmoedigen van rebels (of asociaal) gedrag. Het gaat over wakker worden. Vragen stellen. Afwijken of conformeren.
Over een klein beetje buiten de lijntjes mogen kleuren.
Er komen altijd hilarische dingen uit.
’t Is een van mijn favoriete lessen.

Fokkit. Ik breach vandaag.
Wie breacht er mee?

 

 

Oh, en wil je graag meer lezen? De boeken van Rudi Laermans (o.a.) zijn erg boeiend!

 

Graag gelezen en zin in meer?
Klik op de drie streepjes op de startpagina. Mijn wereld gaat voor je open!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s