Over Plop en de Sint

Het heeft lang geduurd, maar ik vrees dat we er nu voor staan. Dat het onvermijdelijke eraan komt. Ontkennen heeft geen zin meer, hoewel…we doen nog altijd wel ons best. Fok de pedagogisch verantwoorde shizzle…

De voorbije jaren kwam al wel vaker de vraag: ‘Mama, bestaat Plop/Mega Mindy/Rox/… echt?’. Meestal kwam die dan uit het niets, die vraag. In de auto ofzo. Niet wanneer ze naar een uitzending van de serie keek, maar achteraf. Tijdens het kijken, ging ze er nog volledig in op, in het verhaal. Geen vragen dan. Pas achteraf kwamen die. Wanneer haar hoofdje ging draaien. Of ze iets opving over boeven of bommen, via de autoradio.

We kaatsten de bal telkens terug.
‘Wat denk je zelf?’, vroegen we dan.
En tot vandaag gaf ze steeds hetzelfde, geruststellende antwoord: ‘Ja, ik denk het wel. Want die vangen boeven en ik zie geen boeven. Dat is doordat Mega Mindy/Rox/… die gevangen hebben!’
We gingen er dan in mee. Kwestie van haar hoofdje wat rust te geven. Zodat ze zich daarover toch al geen zorgen meer moest maken.

Maar zonet aan tafel bleek die periode voorbij.
Niet abrupt, maar ze vloeit stilaan over in de concreet-operationeel denken. En geloofsmatig zitten we niet langer in de fase van het intuïtief-projectief geloof, maar stapte ze over naar een mythisch-realistisch geloof. Piaget en Fowler, ze gaan hand in hand. Sorry. Boeiende materie. Toch voor mij. Ik bijt even op m’n lip, zal er niet te lang over uitweiden.

Allez, heel kort dan. Echt. Kort. Ik beloof het. Sla het gewoon over als je enkel het verhaal wil lezen. 🙂
Piaget onderscheidde enkele opeenvolgende fasen in de cognitieve ontwikkeling (‘het denken’) van mensen. Er kwam (en komt) commentaar op zijn visie, maar ok. Toch even…
Peuters bekijken de wereld vanuit hun eigen fantasie en een egocentrisch standpunt. Hun inlevingsvermogen is beperkt, maar wordt groter wanneer ze kleuter worden.
James Fowler koppelde aan deze fase van cognitieve ontwikkeling een van geloofsontwikkeling. Ook op het vlak van geloven staat fantasie centraal. Het intuïtief-projectief geloof  is gebaseerd op dat van de ouders, want die zijn dé personen waar naar opgekeken wordt (toch nog even, in de lagere school wordt dat de juf of meester). Ik laat geloof in een/het goddelijke/godheid even links liggen. In deze tekst: kindjes geloven in draken, elfjes, de Sint en Plop/Rox/Mega Mindy. 
De overgang komt er wanneer bijvoorbeeld het bestaan van de Sint in vraag wordt gesteld. Meestal rond de leeftijd van 6-7 jaar (maar kan en mag ook later/vroeger zijn, no worries). 
Voilà. Zeer kort, té kort, en met wel wat kanttekeningen waarover ik het nu niet zal hebben. Voor meer (genuanceerde/uitgebreide) info en concrete voorbeelden: altijd welkom in mijn lessen! 😀

 

En in dat crisismoment, tekenend voor elke overgang naar een volgende fase, zitten we nu. Enfin, de crisis is er meer eentje voor ons dan voor haar. Ze zei het even gewoon, alsof ze sprak over wortelpuree: ‘Plop, dat is gewoon iemand die verkleed is in een kabouter. Een gewone mens.’. ’t Was geen crisis. Een mededeling.

Maar wij wisten hoe laat het was.
De volgende ontmoeting met de Sint wordt er eentje waarbij we ons hart vasthouden. Niet omdat ze moet blijven geloven in die ‘verklede mens’, maar omdat er daar nog een hoop anderen rondlopen die dat crisismoment nog niet bereikt hebben.

De volgende ontmoeting met de Sint wordt er eentje waarbij we ons hartje vasthouden. Omdat we weer een fase gepasseerd zullen zijn. Eentje die nooit meer opnieuw zal terugkomen…

 

 

Graag gelezen en zin in meer?
Klik op de drie streepjes op de startpagina. Mijn wereld gaat voor je open!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s