Collateral damage

Collateral damage. Zijdelingse of onbedoelde schade. Een term die vooral gebruikt wordt in een militaire context. De slachtoffers van een bomaanslag die eigenlijk geen slachtoffer moesten zijn. Mochten zijn. De buil die bij de bluts hoort. Er zijn aanvaard(bar)e verhoudingen afgesproken: zoveel procent ‘mag’ zijdelingse schade zijn. Zoveel procent van het doelwit afgeweken. Er gaan wetenschappers en strategisch denkers over. Toch bij zo’n militaire operatie.

Wanneer is iets for the greater good een opoffering waard? En wat is het gewicht van zo’n offer? Is een kleiner kwaad doen om een groter kwaad te vermijden ok? Wanneer kan je iets (ethisch) verantwoorden?
Cool. Ik lijk wel opnieuw les te geven. Ethiek. Filosofie. Of zoiets. Maar dan in blog-stijl. My God, wat mis ik die lessen. Ik gaf ze het liefst van al. En begon dan al eens met een kat. Geen echte, no worries. En ook niet die van Schrödinger. (Da’s trouwens echt iets zots. Als je het niet kent: klik door. Feest voor je hoofd, die kat van hem. Minder voor de kat. Of toch niet.)
Nee, het verhaal ging over de kat van een oude man. Die snel zou sterven, want hij was ziek en wist het. In z’n testament liet hij opnemen dat hij zo close was met z’n huisdier, dat hij wilde dat ze met hem begraven werd. Ook al was ze niet dood, die kat. Want ze was verdrietig wanneer hij een paar dagen weg was. Wat nu?
Er lijken twee opties open te staan, maar er zijn er eigenlijk veel meer. Leg deze casus voor aan een hoop studenten en gebeurt vanalles met dat beest. Van opzetten over platrijden tot opgeven voor wetenschappelijk onderzoek en de dierenarts laten liegen. Pas op. Ik heb dat altijd wel goed begeleid. Liet geen sadistische dierenmishandelaars de deur uit gaan. Of toch geen die ik had gefaciliteerd. Voor de rest had ik er weinig grip op. Alhoewel. Je kan er veel mee, met dit ‘vraagstuk’. Of je het nu bekijk vanuit de plichtsethiek, deugdenethiek of utilistisch. Feest in de les. Gegarandeerd.

Wanneer is iets ‘ok’? Een andere vraag dan ‘wanneer is iets goed’? Of wanneer is iets ‘het beste’? Ach, ik wil hier geen hele cursus neerschrijven, maar wanneer ik de term ‘collateral damage’ hoor, kan ik niet anders dan me de vragen stellen.
Ze schieten me te binnen wanneer ik op tv de beelden zie van 12-12, het consortium dat geld probeert in te zamelen voor de gigantische humanitaire crisis die een groot deel van Afrika treft. Er is veel geld nodig om de mensen daar te redden. En nog meer geld om alles daar (opnieuw) te helpen opbouwen. Hoe kan het dat het lot (of toeval, of hoe je het ook wil noemen) bepaalt of je geboren wordt in een huis met uitpuilende koelkast, vloerverwaming en designerhandtassen óf dat je terechtkomt bij een door haar familie uitgesloten (want verkracht door een man van een rivaliserende stam, in oorlog met het grondgebied van haar voorouders) alleenstaande tienermoeder die niets meer heeft dan de kleren aan haar lijf. En, ohja, de oorlog daar is er in veel gevallen gekomen door grondstoffen. Die meer – ik zoek een correct woord, maar ’t is moeilijk – geïndustraliseerde landen ‘nodig’ hebben voor hun computers en gsm’s. Voor vooruitgang.
Zijn we daarvoor niet een beetje te ver geëvolueerd? Om zo’n onrecht (en onevenwicht) te laten bestaan. Of vergis ik me en zijn we dat totaal niet, geëvolueerd. Dat kan toch niet, dat we die collateral damage ok vinden?
Ik ga niet preken. Niet zo mijn ding. ’t Zijn gewoon mijn bedenkingen.
En ja, ik hang ook vast aan mijn levensstandaard. En ja, ook ik sus mijn geweten met het idee dat die paar euro’tjes aan AZG of het Rode Kruis toch iets van verschil maken. Maar ’t blijven kruimeltjes. Die ik kan missen. Lees meer over mijn verontwaardiging hier en hier.  Maar, komaan, dit kan toch anders. Beter. Meer. Nee?

Ook op heel andere vlakken durf ik die nevenschade in vraag stellen. Of toch de vooruitgang die ervoor zorgde. De duizenden dieren die jaarlijks worden doodgereden op onze wegen. Of die sterven doordat wij hun leefgebied inpalmen. Shit, zeg. Dat zijn er ongelooflijk veel. En, opnieuw, ik snap het. Ook ik wil verse groenten in fruit in de supermarkt. Dat die niet ter plekke gekweekt worden en met vrachtwagens moeten aangeleverd worden, da’s logisch. En zelf wanneer ik probeer om zoveel mogelijk plaatselijk te kopen, zijn er toch altijd dingen die van ergens anders moeten komen. Bussen, auto’s en bestelwagens zijn nodig. Maar dus met collateral damage. de bluts met de buil.

En wat moet ik met deze informatie? Ik hoor het je denken.
Ik weet het niet. Echt. Geen idee. Enfin, jawel. Veel ideeën. Maar die dan ook botsen met andere behoeften in mijn hoofd. Of met mijn leven zoals het nu is.

Dat wil niet zeggen dat ik niet verontwaardigd mag zijn. Of me op z’n minst vragen mag stellen bij de dingen zoals ze nu lopen.

Moet ik ze oplossen? Kàn ik ze oplossen. Nee. Maar ik kan wel verontwaardigd blijven. Proberen om kleine stapjes te zetten. Die haalbaar zijn. ’t Is niet genoeg. Dat denk ik altijd. Maar misschien wel.

Misschien is dat wat ik doe, dat wat ik kan doen.

 

 

Graag gelezen en zin in meer?
Klik op de drie streepjes op de startpagina. Mijn wereld gaat voor je open!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s