Ruis

’t Moet er even uit. ‘k Zit ermee. En ik wil het kwijt.

Er wordt niet meer geluisterd naar mekaar. Dat vind ik. Dat zender en ontvanger van elkaar vervreemd zijn. En, nee, ik heb het niet over ‘horen’ of ‘denken te weten wat de ander bedoelt zonder het hele verhaal gehoord/gelezen te hebben’. Nee. Ik heb het over écht luisteren. Het hele plaatje proberen te snappen. Niet te blijven hangen bij de vetgedrukte woorden, de hoofdletters en uitroeptekens. Je weet wel wat ik wil zeggen. En als je het niet weet, hier nog een paar voorbeelden. ’t Zit overal.

Enkele maanden geleden verdween op de meeste Vlaamse nieuwswebsites de mogelijkheid om te reageren op artikels. Omdat de meeste reacties weinig toevoegden aan het debat. Omdat er vooral gescholden werd. Omdat er niet verder gelezen werd dan kop , intro of lead.  En dan barstten veel lezers al los. Er moest iets gebeuren. In Noorwegen besliste tv-zender NRK om lezers eerst een quiz te laten doen om te bewijzen dat ze de inhoud van een artikel wel degelijk gelezen hadden. Pas wanneer dat inderdaad zo bleek te zijn, mochten ze een reactie posten. Kwestie van toch wat onderbouwd te kunnen afgeven op de wereld. Hier gingen de sites nog een stap verder en werd de reactiemogelijkheid helemaal verwijderd. En ik snap waarom. Een paar keer ben ik zo zwak geweest om verder door  te scrollen na het lezen van een artikel. Helemaal naar de onderkant van de pagina. Naar de comments. Het was soms echt hard – vaak, zelfs. Vuil. Niet zinvol. Geen bijdrage. Enkel een hoop verbaal braaksel.

Er zit ruis op de communicatie. Zender en ontvanger begrijpen elkaar niet (meer). ’t Gaat verder dan snelle conclusies en veralgemeningen posten na een artikel over – ik noem maar iets –  verblijfsvergunningen, borstvoeding of een veganistische levensstijl.
Het gaat over niet luisteren naar mekaar. We doen het niet. Ok, ik nuanceer. We doen het niet vaak genoeg. Of niet goed. Ik vraag me af of we nog wel willen luisteren naar wat de andere echt te vertellen heeft. Of we niet gewoon de kop lezen (uhu, pun intended) en reageren.

Ik herhaal: er zit ruis op de communicatie. En al helemaal wanneer de inhoud van het gesprek (of tekst, of gedicht, of…) bestaat uit verdriet. Of angst. Of iets wat we als negatief kunnen opvatten. Dan komt de boodschap vaak zelfs totaal niet meer aan. Of vertrekt ze gewoonweg niet eens. Wie durft er vertellen dat hij verdrietig is? Het niet meer ziet zitten? Dat het bij hem of haar niet van een leien dakje loopt? Immers, in onze samenleving zijn we ervan overtuigd dat geluk iets is wat je zelf in de hand hebt. Iets wat je kan màken, als je maar wat moeite doet. We zijn verantwoordelijk voor ons eigen gelukkig-zijn.
En dus ook voor ons eigen ongeluk. Het is je eigen fout wanneer je ongelukkig bent. Jij hebt het aan jezelf te danken. En je faalt, in de wereld van maakbaar geluk. Niet mijn woorden. Maar wat ik heb onthouden van een lezing van Dirk de Wachter en boeken van o.a. Brené Brown. Of in ieder geval dat wat ik ervan gemaakt heb.

Het klopt wel dat mensen gemakkelijk zwijgen wanneer ze zich niet goed voelen.
‘Hoe is het?’
‘Alles ok!’
Ook wanneer ze pech hebben gehad, hetzelfde antwoord.
(Bestaat dat dan eigenlijk wel: pech? Want je hebt toch de controle over je geluk? Kan je dan wel per toeval een ongeluk krijgen?)
Ze kroppen op.  Proberen krampachtig de donkere wolken te verbergen achter glimlachjes, vrolijke vakantiefoto’s en leuke quotes. ’t Is nochtans te zien wanneer iemand ongelukkig is. Zelfs door een glimlach heen. Want lachen doe je niet enkel met je mond. Je gebruikt ook je ogen. Tenminste, wanneer je écht blij bent. Een beetje kan je het faken. Op foto’s bijvoorbeeld. Topmodel Tyra Banks noemde het smizen.  Doen alsof. Maar slechts een handvol fotomodellen heeft het voldoende onder de knie om het spontaan en gemeend te laten over komen.

We vegen het graag weg, dat verdriet. Of angst. Pijn.
Door het te verstoppen. Of te negeren. Of, vreselijk vind ik dat, te minimaliseren en te sussen. Met oneliners en dooddoeners. Met: ‘”Het valt toch nog mee!’, ‘Er zijn ergere dingen in het leven!’ of ‘Het komt wel goed!’.  Dat is niet wat ik wil horen als ik het moeilijk heb. Dat is niet wat ik wil dat er tegen me gezegd wordt wanneer ik verdrietig ben of pijn heb. Nee. Ik wil begrip. Niet onder de mat geveegd of afgevlakt. Niet gesust. Het helpt me niet. Ik wil beluisterd en gehoord worden.

Alles is goed. Schoon. En fijn. Nee. Supertof. Megakeigeweldiggigantischenorm tof.

Wanneer ik mijn Instagram-account open, word ik overspoeld door inspirerende foto’s van strak ingerichte designwoonkamers, perfect opgemaakte make-upmodellen en proper gepoetste kindersnoetjes. Prachtig om naar te kijken. Picture perfect. Met daaronder hashtags à là #inspo, #ootd (‘Outfit Of The Day’), #goals, #happy en #perfect. En natuurlijk #catsofinstagram. Maar da’s iets anders, die katten. Niks slechts over katten. A cat a day keeps the doctor away.

Die mooie foto’s, dat is leuk.
Echt. Ik kijk daar graag naar. Naar mooie, witte Scandinavisch geïnspireerde interieurs en schitterend geplate gerechten. Maar met in mijn achterhoofd een echoënd geschel: Dit is niet echt. Dit is fake. Dit is een studio zonder plakkerige kinderhandjes en zonder harige katten. Dit ijsdessert ziet er zo smakelijk uit omdat het geen ijs is, maar aardappelpuree. Echt, ze doen dat zo bij fotoshoots. Ijs smelt te snel. En al zeker onder van die felle studiolampen. Dus gebruiken ze bolletjes gekleurde puree, als nep-ijs. En er zijn nog van die trucjes.
Oh, en al die filters, die zijn ook ge-wel-dig. Heb je Snapchat al gebruikt? Zeker eens doen. Je ziet er plots uit als een lid van de Village People – compleet met pornosnor, als een likkende hond of – en da’s de meest interessante in dit thema – je hebt een flawless velletje, volle rode lippen en een weelderige bos krullen. Of zoiets. Klik. Mooie foto. Te delen. Liefst met de hashtag #nofilter. Dat is hier allemaal natuurlijk, he. Sure.
’t Is een spel. Soms een gevaarlijk, maar een spel. Wie mooie foto’s post, krijgt meer likes. Hoe meer likes, hoe meer je ego gestreeld wordt. Echt. Dat is zo. Ik heb dat ook. ’t Is fijn wanneer mensen zeggen dat je een leuke foto hebt getrokken. Wie happy boodschappen en/of foto’s verspreidt…heeft meer volgers, lezers of luisteraars.

’t Was lang een feit.
Maar de laatste tijd – en dan spreek ik over de laatste maanden, misschien zelfs jaren – waait er een andere wind. Niet alleen de perfecte foto’s krijgen veel likes, ook foto’s die het omgekeerde tonen, worden gretig gesmaakt en geliked. Foto’s van ontplofte woonkamers (ontploft, als in: overal ligt speelgoed of rommel), moeders met énorme wallen en kleuters met spaghettislierten in hun haar. Foto’s van het leven. Zoals het is.

Die frisse wind breekt het na te streven albasten beeld van de perfecte moeder, het gesmeerd lopende huishouden en de altijd-propere kinderen. Geeft ademruimte. Is, bijna letterlijk, te vergelijken met de zucht van verlichting die je laat ontsnappen na een hele dag rondlopen in een te strakke broek. Eindelijk vrijheid. Eindelijk mijzelf.

En, misschien een nog belangrijkere boodschap: Ik ben niet alleen.

Ook die schitterend opgemaakte mama aan de schoolpoort is waarschijnlijk al eens naar haar werk vertrokken met een onopgemerkte witte overgeefselplek op haar trui. Ook de o-zo-sportieve mama van vriendinnetje x heeft echt niet meer zo’n strak post-zwangerschapsbuikje. De afwas blijft in veel huishoudens staan. Wasplaatsen puilen overal uit. En baby’s zijn écht niet altijd zo schattig/fris/lief/rustig/stil als het lijkt. Ruimte voor ‘goed genoeg, is best ok’. Elfi De Bruyn sprak over haar depressie, op Charlie.  Eva Daeleman al eerder over burn-out in Elle. Ruimte, tijd en aandacht voor de moeilijke momenten. Zonder ze te overbelichten. ’t Doet deugd.

Ik merkte het ook zelf, op een ander vlak. Toen ik crashte (en nadien ook nog), kreeg ik zo vaak de reactie: ‘Wat fijn dat jij dat tenminste durft vertellen!’, ‘Door jouw verhaal, voel ik me niet meer zo alleen!’, ‘Ik heb hetzelfde, zo kan het niet langer, ik moet iets doen!’. Herkenning en erkenning. Van het leven zoals het is.

Maar, eerlijk… Wanneer mensen me vragen, in real life, hoe het is, zal ik ook gemakkelijker ‘Oh, ok’ antwoorden, dan te zeggen: ‘Goh, ja, weet je…eigenlijk…’. ‘k Ben nog altijd bang om iets te vertellen. Wanneer dat niet (hyper-)positief is. En, pas op, ik ben gezegend met een erg begripvolle omgeving. Het gaat me eerder over mensen die iets verder van me af staan. Die eigenlijk ook niets anders verwachten dan ‘Oh, ok’. Ik probeer mezelf te leren daar niet van wakker te liggen. Niet gemakkelijk. Wel nodig.

’t Is een ander soort tekst dan wat ik normaal gezien schrijf. Maar ’t moest er even uit.
Ik wilde het van me afschrijven. Zodat het niet langer in m’n hoofd blijft rondhangen en ik er niet op zit te kauwen.

Maar ik wil niet enkel opmerken. Of weergeven.
Ik wil ook graag iets zeggen met deze tekst.
Dat het anders moet, ok. Dat vind ik van zoveel dingen.

Maar ook dat ik het anders wil doen. Dat ik graag wil luisteren. Dat ik probeer te luisteren. Ik denk dat het wat oefening vraagt. Misschien wat mindfulness.
Dat ik je ‘Oh, ok’ fijn vind, maar dat ik je ”Goh, ja, weet je…eigenlijk…’ even graag wil horen. Als je erover wil vertellen.
Ik probeer echt te luisteren.

Who’s with me?

 

 

Graag gelezen en zin in meer?
Klik op de drie streepjes op de startpagina. Mijn wereld gaat voor je open!

11 gedachtes over “Ruis

  1. Dank je! Dank je! Dank je!
    Wat een herkenning, wat een opluchting, wat een… Oef!
    Ik heb vanavond een fantastisch gesprek gehad met mijn man, mijn zielenmaatje, de papa van onze kinderen, mijn steun en toeverlaat… Helemaal over dit! Wij hebben gepraat en geluisterd en elkaar laten uitpraten en instemmend geknikt en gehuhumd en noodzakelijke dingen verteld zonder verwijten en gehuild en gelachen. Ruim 3 uur lang en dat het nodig was. En fijn. En verhelderend. En aangenaam.
    En nu mag ik gaan slapen met dat fijne gesprek en jouw heerlijke tekst in mijn hoofd en lijf.
    Dank je!
    Enne, ik lees graag met je mee… en ik luister.
    X.

    Liked by 1 persoon

  2. Het is net daarom dat ik op mijn instagram alleen nog maar “echte” mensen volg. Ik werd gek van al die ideale maten en levens! Ik prik er wel al zo door, de “mooie weer” mensen op facebook zijn meestal het ongelukkigst. Ik voel dat aan mezelf ook, hoe gelukkiger ik ben, hoe minder ik geneigd ben op sociale media te vertoeven. Ik heb gelukkig enkele mensen rondom mij waarbij ik wel gewoon eens kan zeggen hoe ik me echt voel en het alleen al kunnen vertellen kan zo een deugd doen… teksten zoals die van jou nu, zijn misschien wat zwaarder om te lezen maar geven wel een realistisch beeld weer van wie mensen zijn. Dus helemaal toppie!

    Liked by 1 persoon

  3. Fijn om te lezen. Ik kan zo verdrietig worden van al dat onbegrip. Iedereen heeft een mening, maar niemand lijkt capabel zich voor te stellen dat iemand anders zich anders voelt. Ik lees je blog via mijn e-mail, dus weinig reactie, maar eigenlijk zou ik bij elke post op ‘like’ willen klikken. Keep writing! xx

    Liked by 1 persoon

  4. Jij hebt net geschreven waar ik al maanden mee zat… We hebben te weinig oor naar elkaar en de buitenwereld hoe die echt is! Bedankt om de wereld toch een beetje dragelijker te maken met je tekst.

    Grt. Anaïs

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s