…en schrijven

Of ik mijn teksten niet wilde laten lezen. Vroeg mijn coach.
Door hem. Door anderen. Want ze waren toch goed?

Ik dacht het niet.

De eerste blogtekst schreef ik in december 2016. Toen ik in m’n eentje op het vakantieappartement zat dat we huurden met Kerst. Man en kind waren naar het strand. Ik nog in pyjama. Klaar om te douchen en te gaan wandelen nadien. Zoals gepland.
’t Was de eerste tekst die ik schreef in jaren. ‘k Was te bang. Voor het oordeel. Voor de afwijzing, voor het hoongelach (dat al klonk in m’n hoofd). Faalangst.
Zo erg zelfs dat ik nog amper iets op papier durfde zetten. Ik wilde het zelf niet kunnen zien. Teksten mochten in m’n hoofd bestaan, daar waren ze veilig. Niet zichtbaar. Niet zwart op wit. Niet echt.

Eigenlijk heb ik altijd geschreven. Ik vond het leuk. Ik vond taal leuk. Daarom ook het lezen. ’t Was een manier om de wereld te kunnen counteren. Om mezelf te verliezen. Om mezelf te kunnen zijn. ’t Was ik. Dat schrijven. Elk woord. Elke zin. Elke tekst. Was ik zelf. Daarom was de impact van dat ogengedraai, gezucht en gegniffel ook zo groot.
’t Was een afwijzing van mezelf. Een teken dat wie ik was, eigenlijk maar stom was.
En ja, dat het geen literaire of wetenschappelijk onderbouwde meesterstukken waren, dat weet ik ook. Dat ik er niet mee op de shortlist  van de AKO-literatuurlijst zou komen, daarvan was ik me ook wel bewust. Hoewel, hopen mag altijd.

Het was wat ik was. En ik was zo geraakt dat ik dat stukje van mezelf lang heb weggestoken. Minder mijzelf. Minder te raken.

Tot er in december 2016 toch opnieuw woorden op mijn scherm verschenen. Andere woorden dan resultaten van onderzoeken, opsommingen van feiten of netjes gestructureerd cursusmateriaal – met – leerlijn. Of stond die dan weer op een PowerPoint-presentatie? Ze hadden een andere functie.

’t Was nog altijd veilig, schrijven op m’n blog. Want ongepubliceerd. Een beetje zoals een dagboek. Zo eentje met een slotje waardoor er niemand bij kan. Da’s natuurlijk relatief. Ik ben dikwijls genoeg de sleuteltjes van zo’n dagboekje kwijtgeraakt. Dat hangslotje openbreken was een eitje.
Maar toch. Ze stonden beschermd, die eerste teksten. Onzichtbaar voor anderen.

Zelfs voor manlief. Wat ingewikkeld. Want eigenlijk wilde ik zijn oordeel wel. En wilde ik stiekem dat hij de tekstjes las. Dus gaf ik hem de link. En de boodschap dat hij er NIKS op mocht zeggen. Wat hij dus deed. Hij las en hij zweeg.
Vreselijk.
Dus vroeg ik het hem toch maar. Stilletjes en wat bang.
En hij vond het goed, zei hij. ’t Waren mooie teksten, vond hij.
Ik werd boos. Want hij kon natuurlijk niet anders zeggen dat dat het ‘mooi’ was. ’t Was zijn job als liefhebbende echtgenoot. Daar kon ik dus niks mee, met zijn oordeel.

En toch was de eerste horde genomen. Ik schreef er nog een paar. Teksten die lieten zien wie ik was. Waarmee ik bezig was. Wat er in mijn hoofd omging en wat er in mijn leven gebeurde.
Veranderde de instellingen van mijn WordPress-account van ‘privé’ naar ‘openbaar’. Mailde familie en vrienden. Stuurde hen teksten en de links door. Deelde de teksten op m’n eigen Facebookpagina en op die van anderen. Nog steeds met een klein hartje.  Mailde fora, communities en tijdschriftenredacties. Kreeg fijne reacties.
En m’n zelfvertrouwen groeide.
Genoeg om weg te kijken van draaiende ogen en smalende blikken. En genoeg om het gegniffel te kunnen negeren. Of toch bijna, want ’t blijft toch moeilijk, zo’n afwijzingen of opmerkingen.

En eigenlijk is heel deze inleiding er gewoon om te zeggen: ‘Dankjewel’.
Dankjewel om positief te zijn. Me de moed te geven. De kans.

En te lezen wat ik schrijf, ook al ken je me niet (goed).

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s