Een beetje bang is best ok!

Ze riep me vannacht. Ons kleutertje. Vanuit haar bedje. ‘Ik ben bang. Ik had een nachtmerrie!’ En, met een snik in haar stemmetje: ‘Mag ik in jullie bed?’. ’t Was echt. Geen trucje. Ik zag het aan haar oogjes. Ze was bàng. Dus het mocht. Tussen ons in. Tot papa genoeg kreeg van het gewroet en naar het prinsessenbed verhuisde. Met de hoop op een paar ongestoorde uurtjes slaap. De meisjes blijven samen in het grote bed liggen. Zij slaapt al opnieuw. Ik lig nog wakker. Denk na.

Ik ben ook bang. Ik geef het toe. Van veel dingen. Dingen waarvan anderen vinden dat je er niet bang voor hoeft te zijn. Vinden dat ik overdrijf.

Begrijp me niet verkeerd. Ik heb het hier niet over het onwaarschijnlijke. Niet over ontvoeringen door aliens. Niet over hordes hersenvretende zombies. Niet over allesvernietigende supernova’s of over spinneninvasies. Hoewel, dat laatste regelmatig toch echt gebeurt en me koude rillingen geeft. Een invasie is er trouwens al vanaf het moment dat er zich twee achtpotigen in een straal van 30 meter van elkaar bevinden. Volgens mij, dan toch. Maar hoewel ik dan bovenop een stoel kruip en manlief erg ongeëmancipeerd vraag de beestjes te vangen (en buiten te zetten), maken ze me niet écht bang, die spinnen. Ik word er wat ongemakkelijk van. Net als van onweer.

Nee.
Het gaat me meer over dagdagelijkse zaken. Jammer genoeg.
Over de angst om grip te verliezen.

Op de tijd bijvoorbeeld. En daarom te laat te komen. Iets te vergeten. Iemand te vergeten. Ergens niet te komen opdagen waar ik verwacht wordat. Een deadline te missen.
En het dan voelen knagen. Weten dat er iets was en het niet kunnen benoemen. Vre-se-lijk.
Of nog erger. Om wakker te worden op een ochtend en te beseffen dat de tijd voorbij is. Periodes zijn afgesloten. Mogelijkheden verdwenen. Wat binnen handbereik leek te (blijven) liggen tussen m’n vingers doorgesijpeld. Onomkeerbaar. Weg.

Ik ben bang om de grip te verliezen op mijn leven. Het leven. Om te slaapwandelen en dingen te missen. Me in slaap te laten sussen door gewoonte en gemakzucht. De sleur. Door verwachtingen van anderen en de saaie wandeltochten langs platgetreden paden. Telkens hetzelfde uitzicht. Letterlijk en figuurlijk. De kerktoren. En de schaduw ervan.

Maar…
Daarnaast is er ook steeds de angst voor het oncontroleerbare, het onverwachte. Voor dat wat mijn leven ondersteboven zou kunnen smijten. Zonder dat ik daar grip op heb.

Zo staat mijn hart altijd een tel stil wanneer ik een ambulance in de richting van ‘onze’ kleuterschool hoor rijden. Controleer ik even of iedereen safe is als ik lees dat er een ongeval gebeurde op een plek waar ik familie heb wonen.  Krijg ik stress wanneer ik niet snel genoeg antwoord ontvang op een sms’je. En breekt het angstzweet me uit bij het zien van de trucjes die onze kleuter uithaalt in de speeltuin. (Daarover schreef ik al eerder een blogje)
Op het vliegtuig stap ik niet graag. Los van aanslagen. Los van bommeldingen. Controleverlies. Grip kwijt. Ik ben er bang in, in een vliegtuig. Idem in een grote massa. En een beetje in de TGV. Of in een lift.

’s Avonds loop ik elk uur even naar boven. Stilletjes. De kamer van de dochter in. Om te kijken of alles daar ok is. Ze snurkt wat. Gelukkig. Dan hoor ik snel dat ze er nog is.
En ’s nachts gebeurt het regelmatig dat ik me over de andere kant van het bed buig om te checken of er ook daar nog geademd wordt. Levert soms angstige blikken op. Snap ik wel. Je wordt liever niet altijd wakker met een oor op enkele centimeters van je gezicht. Zeker niet in het midden van de nacht.

M’n telefoon staat uit vanaf 23u. Alsof dat de angst om slecht nieuws te krijgen, verkleint. Het verschuift haar enkel. Hoewel. Slecht nieuws ’s nachts horen, dat is toch nog enger dan het overdag voorgeschoteld krijgen. Dat werd nog maar eens bewezen vorige woensdag. Election Day. Ik piepte toch eens. En lag uren wakker. Slecht nieuws ’s nachts. Definitely erger dan het overdag moeten vernemen.

En nee. Ik ben niet dom. Denk rationeel. Heb voldoende intellectuele capaciteit om te beseffen dat er veel andere bedreigingen zijn voor mijn leven zoals het nu is. Vallen van een trapje. Zo gebeurd. Zelfs onder supervisie. Je kan je verslikken in een erwtje. Ziek worden. Stomweg struikelen. En je hoofd stoten.

Ik wéét het.
Dat ik, hoe zeer ik het ook probeer, niet alles kan controleren. Niet op alles grip kan hebben. Maar dat besef zorgt er niet voor dat ik dat niet meer doe. Integendeel. Doordat zoveel oncontroleerbaar is, probeer ik dat wat binnen mijn bereik ligt, net extra in het oog te houden.
Krampachtig soms, ja. Beschermend en afschermend.

Ik ben een bangerik.
’t Is waar. Ik geef het toe…

En nu is het out en in the open. En dan?
We zijn allemaal bangeriken. Hoe hard we ook ons best doen om dat te verstoppen.  We moeten er misschien gewoon iets mee doen. Het moet ons toch iets kunnen opleveren. Of laten we het gewoon sussen? ‘Je moet daar toch niet mee inzitten!’, ‘Maak je je dààrover zorgen?’, ‘Komaan, relax!’.
Niks zo irritant. Ze hebben bijna hetzelfde effect als ‘Kalmeer even!’ wanneer je écht boos bent. Ik word in ieder geval niet rustiger van zo’n uitspraken. Dus alsjeblieft. Hou je mond.

Weet je wat het wel is?
Ze houden me alert. De angsten. Angstjes. Ze houden me wakker. Tenminste één oog blijft open. Ze laten me opstaan wanneer het nodig is. Doen me ingrijpen. Springen. Vliegen als het moet. Zoeken. Twijfelen. Zorgen ervoor dat ik verandering durf te overwegen. Zetten me in gang. Op weg. Nog meer.

En oh, mocht dat nog niet duidelijk zijn, ik heb het hier niet over allesverlammende angst.  Ben geen voorstander van een bange samenleving. Wil geen voedsel zijn voor een angstcultuur.

Het gaat me er gewoon over af en toe een heel klein beetje bang te (mogen) zijn. Misschien moeten we het gewoon toegeven. Toelaten. Die angst. Is dit een pleidooi voor wat meer tonen en wat minder wegstoppen. Om te zeggen dat het prima is om, naast nieuwsgierig en sterk, ook soms wat afwachtend te zijn. Wat treuzelend. Twijfelend. Is het een oproep tot – opnieuw – wat meer kwetsbaarheid. Eigen-heid.

En het dúrven tonen dat wel allemaal wel wat bang zijn. Dat we allemaal ons leven, hoe het ook loopt, proberen te beschermen. Af te schermen. In stand te houden. De grip erop te behouden.
Of toch die illusie koesteren.

In plaats van de schijn hoog te (moeten) houden – altijd. Sterk te (moeten) zijn – altijd.
In plaats van bang te zijn dat dàt ons imago zou schaden. Als we van Dirk De Wachter wat meer ongelukkig mogen/moeten zijn, geldt dat dan ook niet voor wat angst?

Ik begin wel. Maakt het wat minder eng.
Ik ben een bangerik.

 

 

Graag gelezen en zin in meer?

Klik op de drie streepjes op de startpagina. Mijn wereld gaat voor je open!

 

 

7 gedachtes over “Een beetje bang is best ok!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s