De muur. Een brief aan de vrachtwagenchauffeurs.

Kijk, het is niet zo dat ik het niet snap. Dat het warm is. Eentonig. Eenzaam.
Dat je al lang onderweg bent. En zo graag al weer thuis wil zijn. Dat de al gevreten kilometers je zuur beginnen opbreken.Je wil van de ballast af. Liefst zo snel mogelijk.
De concurrentie is groot, de deadlines strak, de belading groot.

Ik begríjp het.

En ik mag jullie niet over dezelfde kam scheren. Dat weet ik ook. Af en toe zit er een witte raaf tussen. Die valt op. Omdat hij schoon is. Blinkt. Vooral omdat hij vriendelijk is. Me de ruimte geeft. Laat invoegen. Zo eentje van Action ofzo. Die doen dat. Elke keer. En, ohja, onze buurman . Die rijdt ook met de truck. Uit liefde ervoor…

Ik voel me klein, zo op de oprit van de snelweg. Op m’n hoede. Zie op tegen de muur waartussen ik me elke morgen, avond – en met wat pech ook ’s middags – moet proberen te wringen. Neus aan staart staan jullie, de rij bijna volledig dichtgemetseld.
Jullie eisen de plek op. Soms bijna arrogant. Ongenaakbaar. Onaanraakbaar.
Onbereikbaar.

Ik zoek een gaatje, probeer erin geritst te raken. En dan snel een rijstrook verder. Tussen gelijken. Die ik wel kan aankijken. Waarvan ik weet dat ze me wel kunnen zien staan.
Daarom niet veiliger, dat weet ik wel. Maar toch meer overzicht, meer verscheidenheid. Ademruimte. In m’n hoofd ook.

En dan komt het harmonicaspel. Het optrekken, remmen. De veranderende snelheidsborden. De trechter. De tunnel.
Ik hou mijn achteruitkijkspiegel angstvallig in de gaten. Het gebeurde al vaker dat ik moest uitwijken. Of toeteren, omdat ik over het hoofd gezien was. Plots gas moest bijgeven. Ik wil kunnen anticiperen.

En soms, wanneer ik toch kan binnenkijken, zie ik jullie telefoneren. Zonder schoenen rijden. Met iets anders bezig zijn.

Ik wil jullie zo graag vragen om dat niet te doen. Niet neus tegen staart te gaan staan. Geen cruise control op te zetten. Niet te bellen, te lezen, iets anders te doen.
Wel even naar beneden te kijken, naar ons.
Het zou me een veiliger gevoel geven. Me minder opgejaagd maken.
Dat weten dat ik gezien wordt.

Dan kan ik mijn achteruitkijkspiegel ook af en toe gewoon gebruiken om een gekke snuit te trekken naar onze kleuter in haar autostoeltje…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s